ECLI:NL:CRVB:2009:BK1150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Appellant, sinds 1981 woonachtig in Spanje, verzocht herziening van zijn WAO-uitkering wegens vermeerderde arbeidsongeschiktheid. Het UWV had aanvankelijk de uitkering geweigerd te herzien, waarna diverse procedures volgden. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde uiteindelijk dat vier van zes voorgelegde functies voldeden aan het 'ter plaatse waar' criterium, waarbij rekening werd gehouden met reistijden van en naar het voormalige woonadres van appellant.
De Raad stelde vast dat de Nederlandse arbeidsmarkt in juli 1997 voldoende toegankelijk was voor appellant en dat de loonwaarde van de functies correct was vastgesteld. De herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 25 tot 35% per 7 juli 1997 werd bevestigd.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de bestuursrechtelijke procedure was overschreden, met name in de rechterlijke fase. De Raad besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over een schadevergoeding wegens deze overschrijding, waarbij de Staat der Nederlanden als partij werd betrokken.
De Raad verwierp de bezwaren van appellant tegen de arbeidskundige grondslag van het besluit en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee het bestreden besluit in stand bleef.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid per 7 juli 1997 wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt heropend voor nader onderzoek.