ECLI:NL:CRVB:2009:BK1214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens gezamenlijke huishouding met betrokkene
Appellante diende op 14 november 2005 een aanvraag om bijstand in. Naar aanleiding van een anonieme tip werd vastgesteld dat zij samenwoonde met betrokkene, die meerdere keren in haar woning werd aangetroffen tijdens huisbezoeken. Het College wees de aanvraag af wegens gezamenlijke huishouding en vorderde een voorschot terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad beoordeelde de situatie over de periode van de aanvraag tot het intrekkingsbesluit en stelde vast dat appellante en betrokkene hun hoofdverblijf hadden op hetzelfde adres, waarbij zij zorg droegen voor elkaar.
De Raad verwierp de stelling dat het College de belangen van het minderjarige kind niet had meegewogen, omdat appellante niet als wettelijk vertegenwoordigster voor haar dochter als zelfstandig subject om bijstand had verzocht. De Raad bevestigde de afwijzing van de aanvraag en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellante wordt afgewezen wegens gezamenlijke huishouding met betrokkene op hetzelfde adres.