ECLI:NL:CRVB:2009:BK1236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens verzwegen bankrekening en schending inlichtingenverplichting
De zaak betreft een hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage inzake de herziening en terugvordering van bijstand aan [S.] en haar erfgename appellante 2. Het College had op basis van vermogenssignalen van de Belastingdienst vastgesteld dat [S.] een niet gemelde bankrekening bij ABN AMRO had, waarop regelmatig kasstortingen plaatsvonden. Deze kasstortingen werden aangemerkt als inkomen, wat leidde tot herziening van de bijstand en terugvordering van kosten.
Appellanten voerden aan dat de bankrekening ook op naam stond van een kleindochter en dat het saldo onder het vrij te laten vermogen bleef, en dat de kasstortingen spaargelden waren bestemd voor begrafeniskosten. Deze stellingen werden niet voldoende onderbouwd. De Raad oordeelde dat de schending van de inlichtingenverplichting door het niet melden van de bankrekening en kasstortingen leidde tot onrechtmatige bijstandsverlening.
De Raad bevestigde dat het College bevoegd was de bijstand te herzien en de kosten terug te vorderen, en dat het terugvorderingsbeleid correct was toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.