ECLI:NL:CRVB:2009:BK1647

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/141 WW-W e.v.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:18 AwbArtikel 18 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot wraking van rechters wegens vermeende partijdigheid

In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de Centrale Raad van Beroep wegens vermeende onpartijdigheid. Verzoeker baseert zijn twijfel op het feit dat zijn verzoeken aan de Raad om mandagenregisters bij het UWV op te vragen onbeantwoord zijn gebleven.

De Raad overweegt dat artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een wrakingsgrond moet zijn gebaseerd op feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de rechter. Het uitblijven van een reactie op verzoeken tot het opvragen van stukken vormt onvoldoende grond om de onpartijdigheid van de rechters in twijfel te trekken.

Verder is geen andere grond voor wraking gebleken. Op grond van artikel 8:18, vierde lid, Awb wordt een volgend verzoek om wraking van deze rechters niet in behandeling genomen. De Raad wijst het wrakingsverzoek dan ook af.

Uitkomst: Het verzoek om wraking van de rechters wordt afgewezen wegens onvoldoende grond voor twijfel aan onpartijdigheid.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
PROCES-VERBAAL
van de mondelinge uitspraak op 26 oktober 2009 van de
meervoudige kamer
Zitting hebben: J.G. Treffers, als voorzitter, K.J. Kraan en A.J. Schaap als leden, in tegenwoordigheid van griffier: I. Mos
nrs: 09/141 WW-W e.v. (genoemd in een bijlage bij het proces-verbaal)
Uitspraak op het verzoek op grond van artikel 18 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van [verzoeker], wonende te [woonplaats] om wraking van G.A.J. van den Hurk, H.G. Rottier en B.M. van Dun als rechters in de gedingen 09/141 WW e.v.
De Raad:
De beslissing luidt: Wijst het verzoek om wraking af.
Deze beslissing is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Verzoeker heeft als motivering voor het verzoek om wraking aangevoerd dat hij twijfels heeft bij de onpartijdigheid van de rechters, omdat hij op zijn verzoeken aan de Raad om bij het UWV mandagenregisters op te vragen, telkens geen antwoord heeft gekregen. Naar de mening van verzoeker vormen deze mandagenregisters echter cruciaal bewijs, zodat het voor hem belangrijk is dat deze stukken worden opgevraagd.
In artikel 8:15 van Pro de Awb is bepaald dat op verzoek van een partij, elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Een wrakingsgrond dient gelegen te zijn in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op (de persoon van) de rechter die een zaak behandelt.
Het uitblijven van een reactie op verzoeken tot het opvragen van stukken is onvoldoende grond om de conclusie te trekken dat (ieder van) de gewraakte rechters niet onpartijdig zijn. Ook overigens is niet van gronden in de zin van artikel 8:15 van Pro de Awb gebleken.
Voorts wordt op grond van artikel 8:18, vierde lid, van de Awb bepaald dat een volgend verzoek van verzoeker om wraking van deze rechters niet in behandeling wordt genomen.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 26 oktober 2009
De griffier. De fungerend voorzitter
(get.) I. Mos (get.) J.G. Treffers
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep.
HD
27.1
+B