ECLI:NL:CRVB:2011:BO9999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens onjuiste werkbriefjes en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving een WW-uitkering vanaf 12 januari 2004, die werd ingetrokken na een fraudeonderzoek vanwege onjuiste invulling van werkbriefjes waarin werkzaamheden werden vermeld die niet volledig waren opgegeven. Het UWV schatte de omvang van de gewerkte uren op basis van een stippenlijst waarbij elke stip gelijk werd gesteld aan 10 uur, wat appellant betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de terugvordering en boete ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraken en oordeelde dat het UWV de boete wegens termijnoverschrijding niet mocht handhaven. De Raad bevestigde echter de terugvordering van € 1.252,41 omdat appellant onverschuldigd WW had ontvangen door het niet nakomen van zijn inlichtingenplicht.
De Raad wees het beroep tegen de herziening van de WW-uitkering af, oordeelde dat de schatting van het UWV niet onredelijk was en dat het ontbreken van mandagenregisters voor appellant risico was. Tevens werd het beroep tegen de boete vernietigd wegens strijd met de wettelijke bepalingen. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Besluiten over boete vernietigd wegens termijnoverschrijding, terugvordering WW-uitkering bevestigd, beroep tegen herziening afgewezen.