ECLI:NL:CRVB:2011:BO9991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens onjuiste werkbriefjes en schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving een WW-uitkering van 19 januari 2004 tot 1 april 2004, maar gaf onjuiste gegevens op via werkbriefjes. Na een fraudeonderzoek trok het UWV de uitkering in en vorderde terugbetaling, met een boete wegens onjuiste opgave. Appellant betwistte dit, maar de rechtbank verklaarde zijn beroepen ongegrond. De Centrale Raad van Beroep vernietigde echter de intrekking en oordeelde dat appellant werkzaamheden had verricht tijdens de WW-periode, waardoor de uitkering herzien moest worden.
Het UWV schatte de omvang van de werkzaamheden aan de hand van een stippenlijst en andere gegevens, waarbij een stip gelijk werd gesteld aan tien uur werk. Appellant betoogde dat deze schatting onjuist was en dat mandagenregisters ontbraken, maar de Raad oordeelde dat de schatting niet onredelijk was en dat het ontbreken van bewijs voor appellant was. Ook werd appellant gehouden aan zijn eerdere verklaringen dat de werkbriefjes onjuist waren ingevuld.
De Raad verklaarde het beroep tegen de herziening ongegrond en bevestigde de boete van €230 als evenredige sanctie voor de ernstige overtreding. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant van in totaal €1.610,-. Hiermee werd het beroep tegen de terugvordering en boete gegrond verklaard en de eerdere besluiten vernietigd, terwijl het beroep tegen de herziening werd afgewezen.
Uitkomst: Besluiten over terugvordering en boete vernietigd, herziening WW-uitkering en boete bevestigd, UWV veroordeeld tot kostenvergoeding.