ECLI:NL:CRVB:2009:BK2075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op studiefinanciering voor migrerende EU-studente met onregelmatige arbeid
Betrokkene, een Duitse studente die sinds 1999 in Nederland studeert, ontving studiefinanciering op basis van haar status als communautair werknemer. Na controle bleek zij in diverse maanden van 2003 niet het vereiste minimum van 32 uur per maand te hebben gewerkt. Appellante herzag daarop de toekenning en vorderde terugbetaling van studiefinanciering en OV-kaartkosten.
De rechtbank vernietigde het herzieningsbesluit wegens onvoldoende motivering en beperkte toetsing aan het beleid. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat betrokkene geen recht heeft op volledige studiefinanciering over de genoemde maanden, omdat zij niet voldeed aan het 32-urencriterium, en bevestigt dat appellante bevoegd was de toekenning te herzien. Wel erkent de Raad dat betrokkene recht heeft op de Raulin-vergoeding, een deel van de studiefinanciering voor toegangskosten tot het onderwijs.
Verder oordeelt de Raad dat betrokkene het niet tijdig inleveren van de OV-studentenkaart kan worden toegerekend, omdat geen sprake was van overmacht. Het besluit van 14 april 2005 wordt vernietigd vanwege onrechtmatigheid in zoverre het volledige recht op studiefinanciering werd ingetrokken zonder rekening te houden met de Raulin-vergoeding. Het latere besluit van 2 september 2009, waarin dit is hersteld, wordt bevestigd. De Raad veroordeelt appellante tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk toegewezen: betrokkene heeft geen recht op volledige studiefinanciering over bepaalde maanden, maar wel recht op de Raulin-vergoeding; de terugvordering van de OV-kaart blijft gehandhaafd.