ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperkte studiefinanciering voor niet-werkende EU-studente wegens niet tijdig inleveren OV-kaart
Betrokkene, een Ierse studente, vroeg studiefinanciering aan voor haar studie in Nederland. De IB-Groep kende haar aanvankelijk studiefinanciering toe op basis van de veronderstelling dat zij als communautair werknemer kwalificeerde. Later bleek dat zij in de betreffende periode geen betaalde arbeid had verricht, waarna de IB-Groep de studiefinanciering ongedaan maakte en terugvorderde.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat betrokkene recht had op een gedeeltelijke vergoeding (Raulin-toelage). De IB-Groep stelde hoger beroep in en verweerde zich met verwijzing naar beleidsregels en het arrest Förster van het Hof van Justitie. Betrokkene voerde aan dat zij als communautair werknemer moest worden beschouwd en dat zij voldoende geïntegreerd was in Nederland.
De Raad bevestigde dat betrokkene geen recht had op volledige studiefinanciering omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden voor communautair werknemerschap en de verblijfsduurvereiste. De Raad oordeelde dat de IB-Groep terecht de studiefinanciering had herzien en dat de terugvordering en boete wegens het niet tijdig inleveren van de OV-studentenkaart rechtsgeldig waren. Het hoger beroep van de IB-Groep werd gegrond verklaard, dat van betrokkene verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de IB-Groep wordt gegrond verklaard en dat van betrokkene verworpen; de terugvordering van studiefinanciering en boete voor niet tijdig inleveren OV-kaart blijven in stand.