ECLI:NL:CRVB:2009:BK3380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor doorbetaling energielasten tijdens detentie
Appellante verzocht bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor de doorbetaling van energielasten gedurende haar detentie van 7 februari 2006 tot en met 31 augustus 2007. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af, waarna ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank ongegrond werden verklaard.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat op grond van artikel 13 WWB Pro personen die hun vrijheid zijn ontnomen geen recht op bijstand hebben, tenzij zeer dringende redenen dit rechtvaardigen. De Raad stelt vast dat in dit geval geen sprake is van een acute noodsituatie die bijzondere bijstand noodzakelijk maakt.
Het College voert een buitenwettelijk, begunstigend beleid waarbij bijzondere bijstand wordt verleend voor huurkosten tijdens detentie, maar niet voor energiekosten. De Raad toetst dit beleid op consistentie en concludeert dat het College het beleid correct heeft toegepast. De stelling van appellante dat het beleid strijdig is met het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat er een objectief onderscheid wordt gemaakt tussen personen die wel of niet de energielevering laten afsluiten.
De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor energielasten tijdens detentie.