ECLI:NL:CRVB:2009:BK3546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ANW-uitkering wegens niet-verzekering echtgenoot op overlijdensdatum
Appellante heeft een ANW-uitkering aangevraagd na het overlijden van haar echtgenoot, die op dat moment niet verplicht of vrijwillig verzekerd was voor de ANW. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
Appellante voerde aan dat de beëindiging van de verplichte verzekering in strijd was met het vertrouwensbeginsel en internationale verdragen, en dat de vrijwillige verzekering onvoldoende compensatie bood. De Raad overwoog dat de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering een toereikende compensatie vormde en dat de echtgenoot zich tijdig had aangemeld en premies had betaald. Er was geen sprake van een schending van het Eerste Protocol bij het EVRM.
Verder oordeelde de Raad dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagde omdat er geen gerechtvaardigd vertrouwen was gewekt dat appellante een ANW-uitkering zou ontvangen. Ook het beroep op internationale verdragen en het onderscheid in behandeling tussen in Marokko en EU wonende nabestaanden werd verworpen. De regeling om alleen ingezetenen verplicht te verzekeren werd als gerechtvaardigd en proportioneel beoordeeld.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep faalt en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de ANW-uitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was op het moment van overlijden.