ECLI:NL:CRVB:2009:BK3893
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening van uitspraak inzake jurisdictie militair ambtenaar
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 27 maart 2008, waarin de Raad zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van het hoger beroep van verzoeker. De Raad oordeelde dat de grootvader van verzoeker ten tijde van het geschil geen militair ambtenaar was in de zin van de Militaire Ambtenarenwet 1931 en dat het bestreden besluit geen betrekking had op aanspraken van een ambtenaar zoals bedoeld in de Ambtenarenwet.
Tijdens de zitting op 1 oktober 2009 was verzoeker aanwezig, de minister niet. De Raad heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat herziening mogelijk maakt bij nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.
De Raad constateerde dat de aangevoerde argumenten deels eerder waren ingebracht en deels nieuwe, maar dat deze nieuwe feiten of omstandigheden niet voldeden aan de criteria voor herziening. Met name betrof het geen feiten die redelijkerwijs niet bekend konden zijn vóór de uitspraak. Het verzoek om herziening werd daarom afgewezen. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend op grond van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.