ECLI:NL:PHR:2012:BY3973
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen uitspraak administratieve rechter
Eiser verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om sociale voorzieningen op grond van het dienstverband van zijn grootvader bij het voormalig KNIL. De minister wees dit verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte dat niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank te 's-Gravenhage, die zich onbevoegd verklaarde en verwees naar de gewone bestuursrechter. Vervolgens verklaarde de Centrale Raad van Beroep zich ook onbevoegd.
Eiser stelde meerdere cassatieberoepen in bij de Hoge Raad tegen de uitspraak van 2 mei 2007, die telkens niet-ontvankelijk werden verklaard. Bij het derde beroep in cassatie bevestigde de Hoge Raad dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat de rechtbank als administratieve rechter heeft geoordeeld en de Hoge Raad geen materiële bevoegdheid heeft om in cassatie te treden tegen dergelijke uitspraken.
De Hoge Raad benadrukt dat artikel 78 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie het cassatieberoep tegen uitspraken van de administratieve rechter uitsluit, tenzij bij wet anders is bepaald, wat hier niet het geval is. Daarom wordt het cassatieberoep afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan materiële bevoegdheid van de Hoge Raad.