ECLI:NL:CRVB:2009:BK5310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en afwijzing bijstandsuitkering wegens ontbreken woonplaats in gemeente
Appellanten ontvingen sinds 1996 bijstand, maar na een onderzoek van de sociale recherche bleek dat zij hun hoofdverblijf niet in de gemeente hadden, wat leidde tot intrekking van de bijstand per 1 oktober 2006.
Appellanten dienden een nieuwe aanvraag in die werd afgewezen, waarna bijstand alsnog werd toegekend met ingang van 25 juli 2007 na afspraken over controle van het verblijf. De rechtbank oordeelde dat appellanten in de periode tussen aanvraag en toekenning geen recht op bijstand hadden.
De Raad bevestigt dat het College terecht de bijstand introk en de aanvraag afwees omdat appellanten feitelijk niet in de gemeente woonden. Medische omstandigheden en het aanhouden van een woning waren onvoldoende om woonplaats te behouden. De Raad wijst ook het beroep af tegen de rechtsgevolgen van het besluit tot toekenning vanaf 25 juli 2007.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling in hoger beroep. De aangevallen uitspraken worden bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en afwijzing van bijstand bevestigd.