ECLI:NL:CRVB:2011:BU9009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering na verlies woonplaats Amsterdam door ontruiming woning
Appellant ontving bijstand van de gemeente Amsterdam en kreeg toestemming voor verblijf in het buitenland. Na ontruiming van zijn woning op 15 augustus 2007 verbleef hij tijdelijk bij een gemachtigde in Zutphen. Het College trok de bijstand in wegens onduidelijkheid over zijn woonplaats. Appellant voerde aan dat hij zijn woonplaats Amsterdam niet had opgegeven en de verblijfplaats Zutphen tijdelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen de intrekking af. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het College ten onrechte de intrekking baseerde op schending van de inlichtingenplicht. Wel is vastgesteld dat appellant zijn woonplaats Amsterdam verloor door de ontruiming en het feitelijk verblijf in Zutphen.
De Raad vernietigt het besluit voor zover het gebaseerd is op artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de WWB, verklaart het beroep gegrond en handhaaft de intrekking op grond van artikel 54, derde lid, aanhef en onder b, van de WWB. De rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand. Het College wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd voor zover het gebaseerd is op schending van de inlichtingenplicht, maar de intrekking blijft gehandhaafd op grond van verlies van woonplaats.