ECLI:NL:CRVB:2009:BK5723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar herzieningsverzoek WWB
Appellant had bij besluit van 20 juli 2004 een bijstandsuitkering toegekend gekregen met een verlaging van 10% wegens onvoldoende betoond besef van verantwoordelijkheid. Op 18 juli 2007 verzocht appellant om herziening van deze maatregel op grond van artikel 18, derde lid, van de WWB. Het Dagelijks Bestuur wees dit verzoek bij besluit van 24 augustus 2007 af, waarna appellant geen rechtsmiddelen tegen dat besluit heeft genomen.
Vervolgens verklaarde het Dagelijks Bestuur bij besluit van 10 oktober 2007 het bezwaar tegen het uitblijven van een heroverweging niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelt appellant dat het bezwaar wel ontvankelijk had moeten worden verklaard.
De Raad oordeelt dat appellant met zijn brief van 18 juli 2007 uitsluitend een verzoek tot herziening heeft ingediend en geen bezwaar tegen het uitblijven van een heroverweging. Omdat het verzoek tot herziening reeds door het Dagelijks Bestuur is afgewezen en niet meer aan de orde kan komen, was het Dagelijks Bestuur niet bevoegd om een besluit te nemen over het bezwaar tegen het uitblijven van een heroverweging. De rechtbank heeft dit niet onderkend, waardoor de aangevallen uitspraak wordt vernietigd.
De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van 10 oktober 2007 en veroordeelt het Dagelijks Bestuur in de proceskosten van appellant. Tevens wordt het griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 10 oktober 2007 vernietigd wegens bevoegdheidsgebrek.