ECLI:NL:CRVB:2009:BK5742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering BIA-uitkering wegens onjuiste urenopgave
Appellant ontving vanaf april 2001 een BIA-uitkering en toeslag. Na een onderzoek naar mogelijke werknemersfraude, waarbij onder meer informatie werd ingewonnen en observaties plaatsvonden, concludeerde het UWV dat appellant in de periode mei 2006 tot april 2007 20 uur per week werkte zonder dit volledig te melden. Dit leidde tot herziening van de uitkering en terugvordering van €3.438,14.
Appellant stelde dat hij vanwege rugklachten niet altijd werkte en dat hij een nulurencontract had, waardoor alleen daadwerkelijk gewerkte uren werden uitbetaald. Hij voerde aan dat loonstroken een juiste weergave van de uren zijn en dat er geen aanwijzingen waren voor zwart werk bij de werkgever. Tevens voelde hij zich onder druk gezet tijdens het verhoor.
De Raad oordeelde dat appellant zijn verklaringen niet onder druk had afgelegd en dat het UWV aannemelijk had gemaakt dat appellant onjuiste informatie had verstrekt. De verklaringen van getuigen en de inconsistenties in de opgegeven uren ondersteunden dit. Het door appellant overgelegde urenoverzicht werd als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld. De Raad bevestigde daarom de herziening en terugvordering van de uitkering.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, en er werd geen schadevergoeding toegekend. De proceskosten werden niet aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de BIA-uitkering en toeslag worden bevestigd.