ECLI:NL:CRVB:2009:BK5744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzegtermijn en benadelingshandeling bij WW-uitkering
Betrokkene was sinds 19 juni 2006 in dienst bij ABN AMRO Bank N.V. en beëindigde de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden per 15 september 2007. Betrokkene vroeg een WW-uitkering aan, maar het UWV weigerde deze over de periode van 15 september tot en met 31 oktober 2007 vanwege een benadelingshandeling door het niet protesteren tegen een te korte opzegtermijn.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene had moeten protesteren en verklaarde het beroep deels gegrond omdat de opzegtermijn volgens de rechtbank tot 15 oktober 2007 liep. Het UWV stelde echter dat de opzegtermijn tot 31 oktober 2007 liep, omdat opzegging tegen het einde van de maand moest plaatsvinden.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de wettelijke opzegtermijn van één maand, zoals bepaald in artikel 672 BW Pro, van toepassing was en dat opzegging tegen het einde van de maand moest geschieden. Uitgaande van 11 september 2007 als opzegdatum liep de termijn tot en met 31 oktober 2007. De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het de termijn betrof en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond.
De Raad zag geen reden voor een proceskostenveroordeling en bevestigde daarmee dat het UWV de termijn correct had vastgesteld en de weigering van de WW-uitkering terecht was.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de weigering van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat de opzegtermijn correct is vastgesteld tot en met 31 oktober 2007.