ECLI:NL:CRVB:2009:BK5752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij terugvordering WW-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin een bedrag van €3.049,69 werd teruggevorderd wegens onverschuldigde WW-uitkering. Het bezwaar werd ingediend na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken, welke begon te lopen op 24 september 2008, de dag na verzending van het besluit van 23 september 2008.
De Raad stelde vast dat het besluit niet aangetekend was verzonden en dat het UWV geen bewijs kon leveren van de verzenddatum. Desondanks werd aangenomen dat het besluit op 23 september 2008 was verzonden en appellante het besluit heeft ontvangen, waardoor de termijn voor bezwaar op 24 september 2008 begon te lopen.
Omdat het bezwaarschrift pas op 6 november 2008 per fax en op 7 november 2008 per post werd ingediend, was het te laat. Appellante voerde geen omstandigheden aan die een verschoonbare termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. De rechtbank en de Raad verklaarden het bezwaar daarom niet-ontvankelijk en lieten het bestreden besluit in stand.
De Raad zag geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante tegen de terugvordering van de WW-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.