ECLI:NL:CRVB:2009:BK6532
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering vervolgingsslachtoffer tijdens Japanse bezetting
Appellante, geboren in 1937 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in 2007 een aanvraag in voor een periodieke uitkering en voorzieningen als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde dat zij tijdens de Japanse bezetting samen met haar familie in interneringskampen verbleef en dat haar vader werd weggevoerd en tewerkgesteld.
Verweerster wees de aanvraag in februari 2008 af, omdat niet was aangetoond dat appellante in een verblijfplaats met permanente bewaking was geïnterneerd en de oorlogsomstandigheden niet uitzonderlijk genoeg waren om haar als vervolgingsslachtoffer te erkennen. Appellante stelde beroep in tegen deze beslissing.
De Raad stelde vast dat er geen bewijs was dat appellante tijdens de Japanse bezetting vrijheidsberoving had ondergaan zoals bedoeld in de wet. Hoewel zij tijdens de Bersiapperiode wel vrijheidsberoving had ervaren, viel dit niet onder de wet. Ook was niet gebleken van vergelijkbare omstandigheden die een discretionaire gelijkstelling konden rechtvaardigen, zoals aanwezigheid bij het onder excessief geweld wegvoeren van een ouder. De vader van appellante keerde bovendien terug na gevangenschap.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 december 2009.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om uitkering afgewezen.