ECLI:NL:CRVB:2024:1066
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek toekenning uitkeringen op grond van Wuv en Wubo bevestigd
Appellante, geboren in voormalig Nederlands-Indië en Indonesisch staatsburger, heeft sinds 2007 meerdere verzoeken ingediend om erkend te worden als vervolgde (Wuv) en burger-oorlogsslachtoffer (Wubo). Deze verzoeken werden steeds afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden, zoals het ontbreken van Nederlandse nationaliteit en het niet aantonen van vervolging in de zin van de Wuv.
In 2022 diende appellante een herzieningsverzoek in naar aanleiding van een publicatie in het blad “Aanspraak”, maar de Raad oordeelde dat dit geen nieuwe feiten bevat die aanleiding geven tot herziening van eerdere besluiten. De Raad bevestigde dat appellante tijdens de Japanse bezetting niet vervolgd is in de zin van de Wuv en dat de nationaliteitsvereiste voor de Wubo niet kan worden gepasseerd.
De Raad verklaarde de beroepen ongegrond, handhaafde de eerdere afwijzingen en wees het verzoek tot terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 mei 2024.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de eerdere afwijzingen van toekenningen op grond van de Wuv en Wubo blijven in stand.