ECLI:NL:CRVB:2009:BK6680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Beperking terugvordering bijstand wegens bezit onroerend goed in buitenland
Appellanten ontvingen vanaf 1981 bijstand. Na een anonieme tip startte het College een onderzoek naar bezit van onroerend goed in Marokko, waaruit bleek dat appellanten eigenaar waren van een pand, zonder dit te melden. Het College besloot de bijstand in te trekken en terug te vorderen, maar stelde dit uit vanwege een experiment met conservatoir beslaglegging in Marokko.
Het experiment liep tot 2006, waarna het College alsnog besloot de bijstand terug te vorderen over een langere periode dan aanvankelijk gepland. Appellanten maakten bezwaar tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat het College onredelijk had gehandeld door de terugvordering te verlengen tot eind 2005.
De Raad stelde vast dat het College vanaf 10 februari 2004 willens en wetens bijstand verleende terwijl dat niet rechtmatig was, mede omdat het College bewust was van het financiële risico. Daarom moest de terugvordering worden beperkt tot de periode van 1 juli 1997 tot 10 februari 2004. Het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wordt beperkt tot de periode van 1 juli 1997 tot 10 februari 2004 en het College moet een nieuw besluit nemen.