ECLI:NL:CRVB:2009:BK6839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, geboren in 1976 met een medische aandoening, vroeg in 2000 een WAJONG-uitkering aan die werd afgewezen omdat zij niet aan de vestigingseisen voldeed. In 2006 diende zij opnieuw een aanvraag in, die eveneens werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond maar maakte een onderscheid tussen de periode vóór en na de nieuwe aanvraag, waarbij het bestuursorgaan bevoegd werd geacht de arbeidsongeschiktheid buiten beschouwing te laten na de nieuwe aanvraag. Appellante stelde dat haar eerdere verzekeringsperiode niet was meegewogen en dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet gegrond verklaarde met proceskostenvergoeding.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 4:6 Awb Pro een nieuwe aanvraag zonder nieuwe feiten kan worden afgewezen met verwijzing naar het eerdere besluit. De Raad bevestigde dat de rechtspraak die de rechtbank toepaste niet onverkort geldt bij weigering in het verleden en dat het Uwv redelijk heeft gehandeld. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAJONG-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.