ECLI:NL:CRVB:2010:BM3881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en rechtmatige gegevensuitwisseling
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB over de periode van mei 2004 tot november 2006. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen stelde op basis van een bestandskoppeling met het waterbedrijf vast dat het waterverbruik op het opgegeven adres van appellant extreem laag was, wat aanleiding gaf tot nader onderzoek.
Tijdens het onderzoek, inclusief een woningbezoek, bleek dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. Appellant voerde aan dat de gegevensuitwisseling onrechtmatig was en dat de watermeter mogelijk defect was. De Raad oordeelde echter dat de gegevensuitwisseling proportioneel en noodzakelijk was voor de uitvoering van de WWB en dat de inbreuk op het privéleven gerechtvaardigd was.
De Raad stelde vast dat appellant de inlichtingenverplichting uit artikel 17 WWB Pro had geschonden door onjuiste informatie te verstrekken over zijn woonadres. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. Het College was daarom bevoegd de bijstand over de betreffende periode in te trekken en de ten onrechte ontvangen bijstand terug te vorderen.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting en rechtmatige gegevensuitwisseling wordt bevestigd.