ECLI:NL:CRVB:2009:BK8397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot ANW
Appellante, woonachtig in Marokko, vorderde een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in augustus 2006. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en deze uitspraak werd in hoger beroep bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.
Appellante stelde dat de beëindiging van de verplichte ANW-verzekering per 1 januari 2000 in strijd was met het vertrouwensbeginsel en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Zij betoogde dat de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering geen adequate compensatie bood vanwege praktische belemmeringen. Tevens voerde zij aan dat de weigering tot uitkering neerkwam op ongelijke behandeling op grond van internationale verdragen.
De Raad oordeelde dat de verplichte verzekering was geëindigd en dat de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering een toereikende compensatie vormde, waarmee geen schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol was. Het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden omdat geen sprake was van gewekt vertrouwen dat de verzekering zou blijven bestaan. Ook werd geoordeeld dat de tijdelijke uitzondering in KB 720 niet van toepassing was omdat het overlijden na 1 januari 2006 plaatsvond. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de nabestaandenuitkering bevestigd.