ECLI:NL:CRVB:2009:BK8398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens vermeende gezamenlijke huishouding onrechtmatig
Appellante ontving sinds 1996 bijstand als alleenstaande. Op basis van een anonieme tip over vermeende samenwoning met een partner startte het College een onderzoek, inclusief een huisbezoek waarbij appellante toestemming gaf. Tijdens het huisbezoek en vervolgonderzoek werden verklaringen over gezamenlijke huishouding verzameld.
De Raad oordeelt dat een anonieme tip op zichzelf geen redelijke grond vormt voor een huisbezoek en dat voorafgaand aan het huisbezoek geen concrete objectieve feiten bestonden die twijfel aan de juistheid van de verstrekte gegevens rechtvaardigden. Omdat appellante niet was geïnformeerd dat weigering van het huisbezoek geen gevolgen zou hebben, was er geen 'informed consent'. Hierdoor was het huisbezoek onrechtmatig en mogen de bevindingen daarvan niet worden gebruikt.
Het verdere onderzoek leverde onvoldoende feitelijke grondslag om het bestaan van een gezamenlijke huishouding aannemelijk te achten. De rechtbank had dit niet onderkend en verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad vernietigt daarom het besluit en beveelt het College een nieuw besluit te nemen, waarbij het College tevens wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens onrechtmatig huisbezoek en onvoldoende feitelijke grondslag.