ECLI:NL:CRVB:2009:BK8739
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WW-uitkering wegens werkzaamheden als zelfstandige
Appellant was tot 1 april 2007 in dienst bij een stichting en vroeg aansluitend een WW-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant sinds 6 april 2006 als zelfstandige werkzaam was en geen werknemer meer was. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond, omdat de werkzaamheden geen hobbymatig karakter hadden en de werkbriefjes betrouwbaar waren.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn werkzaamheden slechts hobbymatig waren en dat de werkbriefjes onjuist waren ingevuld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de werkzaamheden economisch van aard waren, met winstgevendheid en registratie bij de Kamer van Koophandel, waardoor appellant niet als werknemer kon worden beschouwd. De Raad vond geen reden om de juistheid van de werkbriefjes in twijfel te trekken.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en het UWV, en wees het beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee is het besluit van het UWV dat appellant geen recht heeft op WW-uitkering sinds 2 april 2007 definitief.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op WW-uitkering omdat zijn werkzaamheden als zelfstandige geen hobbymatig karakter hadden.