ECLI:NL:CRVB:2009:BK8742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over urenvermindering en WW-uitkering na ziekte
Appellante was sinds 1998 in dienst als invalkracht met een variërend aantal uren per week. Na ziekte viel zij uit en werd haar loon doorbetaald over 14 uur. Na een ontslag en een daaropvolgende herplaatsing werd haar arbeidsovereenkomst aangepast naar acht uur per week vanaf 1 januari 2005. Appellante betwistte dat zij hiermee akkoord was gegaan, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
Het UWV had aanvankelijk een WW-uitkering toegekend op basis van 14 uur, maar trok deze later in omdat appellante niet beschikbaar zou zijn voor arbeid vanaf 1 januari 2005. De rechtbank oordeelde dat appellante verwijtbaar werkloos was geworden omdat zij had ingestemd met de urenvermindering. Appellante ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante heeft ingestemd met de vermindering van haar dienstverband naar acht uur, gelet op de gesprekken en de gewijzigde arbeidsovereenkomst. Mondeling protest werd niet onderbouwd en ontkend door de werkgever. Omdat appellante zelf een aanstelling voor 16 uur wenste, waren er geen overwegende bezwaren tegen voortzetting van haar dienstverband in de oude omvang. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van appellante ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.