ECLI:NL:CRVB:2009:BK8751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenveroordeling wegens ontbreken beroepsmatige rechtsbijstand
Betrokkene ontving sinds november 2003 een WW-uitkering. Appellant legde een korting op wegens het niet tijdig verlengen van de inschrijving bij het CWI, welke maatregel na bezwaar en beroep werd verminderd. De rechtbank veroordeelde appellant in de proceskosten van de door betrokkene ingeschakelde gemachtigde.
Appellant stelde in hoger beroep dat de gemachtigde geen professionele rechtsbijstandverlener was, en dat daarom geen proceskostenvergoeding verschuldigd was. De Raad stelde vast dat slechts sprake is van beroepsmatige rechtsbijstand indien rechtshulp niet incidenteel wordt verleend en er vergoeding voor wordt gevraagd.
Uit de stukken bleek niet dat aan deze voorwaarden was voldaan. De gemachtigde kon niet aannemelijk maken dat hij kosten in rekening bracht of afspraken maakte over vergoeding. Daarom vernietigde de Raad de proceskostenveroordeling en beperkte het geschil tot de hoogte van de maatregel, waarover partijen overeenstemming bereikten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de proceskostenveroordeling wegens het ontbreken van beroepsmatige rechtsbijstand.