ECLI:NL:CRVB:2009:BK8759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens anticumulatie inkomsten uit arbeid
Appellante ontving een WAO-uitkering berekend op een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Het UWV besloot op grond van artikel 44 van Pro de WAO dat vanwege inkomsten uit arbeid vanaf 1 oktober 2004 de uitkering niet meer mocht worden uitbetaald. Vervolgens werd een bedrag aan onverschuldigde uitkering teruggevorderd.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep stelde appellante dat het rechtszekerheidsbeginsel zich verzet tegen terugwerkende kracht van de anticumulatiebepalingen, omdat zij niet kon weten dat haar inkomsten invloed zouden hebben op haar uitkering en zij erop mocht vertrouwen dat haar inkomsten waren gemeld.
De Raad overwoog dat artikel 44 WAO Pro met terugwerkende kracht kan worden toegepast en dat appellante redelijkerwijs had kunnen weten dat haar inkomsten van invloed waren. Er waren geen relevante toezeggingen van het UWV die vertrouwen rechtvaardigden. De berekening van het UWV was correct en het hoger beroep werd verworpen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.