ECLI:NL:CRVB:2009:BK8770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling volgens Schattingsbesluit 2004
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard wegens rug- en nekklachten, ontving sinds 2001 een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2006 op grond van het aangepaste Schattingsbesluit 2004, waarbij medische en arbeidskundige onderzoeken werden verricht, werd zijn uitkering ingetrokken omdat hij volgens het UWV minder dan 15% arbeidsongeschikt was.
Appellant stelde in hoger beroep dat het Schattingsbesluit in strijd was met internationale mensenrechten, onder meer wegens indirecte discriminatie naar geslacht en disproportionaliteit. Tevens voerde hij aan dat de medische geschiktheid van de voorgehouden functies onvoldoende was onderzocht en dat verborgen beperkingen niet waren meegenomen.
De Raad oordeelde dat de toepassing van het Schattingsbesluit weliswaar een inbreuk op het eigendomsrecht vormt, maar geen schending van artikel 1 EP Pro. De doelstellingen van het besluit, het bevorderen van arbeidsdeelname en kostenbesparing, zijn legitiem en de maatregel is proportioneel. De vermeende indirecte discriminatie is gerechtvaardigd door het objectieve doel. De medische geschiktheid van de functies is voldoende onderbouwd en verborgen beperkingen zijn niet aannemelijk. De niet meegenomen toekomstverwachting in de loonberekening is terecht volgens de rechtbank. Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.