ECLI:NL:CRVB:2010:BK8370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid woonsituatie
Appellant diende op 3 november 2006 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), waarbij hij verklaarde een kamer te huren op een adres te Haarlem. Uit onderzoek bleek echter dat op dat adres meerdere personen stonden ingeschreven en dat bankafschriften en post aan een ander adres waren gericht, waar ook kinderen stonden ingeschreven die appellant deels erkende.
Tijdens een intakegesprek gaf appellant aan geen huurcontract te hebben en geen sleutel van de hoofdingang, maar wel van de woning zelf. Twee huisbezoeken door casemanagers mislukten: bij het eerste was appellant niet thuis, bij het tweede kon men de woning niet betreden omdat de hoofdbewoner afwezig was en appellant geen sleutel had.
Het College wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan de inlichtingenplicht, waardoor niet kon worden vastgesteld of appellant bijstand behoefde. Zowel de rechtbank als de Raad oordeelden dat appellant voldoende gelegenheid had gekregen om zijn woonsituatie te verduidelijken, maar dit niet heeft gedaan. Daarom werd het hoger beroep van appellant ongegrond verklaard en de afwijzing bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.