ECLI:NL:CRVB:2010:BK8830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ANW-uitkering wegens niet-verzekering echtgenoot bij overlijden
Appellante verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die arbeidsongeschikt was en in Nederland had gewoond en gewerkt. De echtgenoot was verplicht verzekerd tot 1 januari 2000 en had vervolgens verzocht tot vrijwillige verzekering toe te treden, waarvoor een premie was vastgesteld. Ondanks meerdere verzoeken heeft hij de premie niet tijdig betaald, waardoor de vrijwillige verzekering van rechtswege is geëindigd.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de ANW-uitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was ten tijde van zijn overlijden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. Appellante voerde onder meer een beroep op het vertrouwensbeginsel, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en ongelijke behandeling, maar deze werden verworpen.
De Raad oordeelde dat de echtgenoot tijdig was geïnformeerd over het einde van de verplichte verzekering en de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering, inclusief de premiebetaling. Het niet tijdig voldoen van de premie leidde tot het verval van de verzekering zonder dat een apart besluit nodig was. Ook de aangevoerde mensenrechtelijke en gelijkheidsargumenten faalden. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor de ANW-uitkering wordt afgewezen omdat de echtgenoot niet verzekerd was ten tijde van zijn overlijden.