ECLI:NL:CRVB:2010:BK8835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening studiefinanciering en OV-studentenkaart voor EU-burger
Betrokkene, een Duitse EU-burger, vroeg studiefinanciering aan in Nederland en ontving deze inclusief een OV-studentenkaart. Na controle bleek dat hij in 2003 niet aan het vereiste aantal gewerkte uren voldeed, waarop appellante de studiefinanciering herzag en terugvorderde. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze herziening.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek voorafgaand aan de herziening onzorgvuldig was en dat het beleid van appellante strijdig was met het EU-recht, waardoor het bezwaar gegrond werd verklaard. De Centrale Raad van Beroep onderzocht vervolgens of betrokkene als communautair werknemer kon worden aangemerkt en bevestigde het 32-uur criterium als maatstaf. Omdat betrokkene hier niet aan voldeed, was de herziening van de studiefinanciering terecht.
De Raad oordeelde echter dat de Raulin-vergoeding, bedoeld ter dekking van onderwijs toegangskosten, niet ongedaan gemaakt mocht worden omdat dit onder het EU-recht valt. Tevens werd bevestigd dat de vordering wegens onterecht bezit van de OV-studentenkaart terecht was opgelegd. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank met verbeterde gronden en veroordeelde appellante in de proceskosten.
Uitkomst: De herziening van studiefinanciering en de vordering wegens onterecht bezit van de OV-studentenkaart zijn terecht, maar de Raulin-vergoeding mocht niet worden teruggevorderd.