ECLI:NL:CRVB:2010:BK9624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf 1 mei 2002 een WW-uitkering. Op werkbriefjes gaf hij aan geen werkzaamheden te hebben verricht, terwijl uit een bestandsvergelijking met de Belastingdienst bleek dat hij in 2002, 2003 en 2004 zelfstandigenaftrek had genoten en als zelfstandige werkzaam was. Het UWV herzag de uitkering en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug.
Appellant voerde aan dat hij de werkbriefjes juist had ingevuld omdat alleen werkzaamheden met inkomsten gemeld hoefden te worden en dat hij sinds 2005 geen zelfstandige activiteiten meer verrichtte. De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat hij alle werkzaamheden als zelfstandige moest melden, ongeacht inkomsten, en dat hij zijn inlichtingenplicht had geschonden.
De Raad bevestigde dat appellant zijn werknemerschap had verloren vanaf 1 januari 2002 en dit niet had herwonnen. De herziening van de WW-uitkering en de terugvordering waren daarom terecht. Appellant had geen dringende redenen aangevoerd om van terugvordering af te zien. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WW-uitkering wegens schending van de inlichtingenplicht.