ECLI:NL:CRVB:2010:BK9638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- C.G. Kasdorp
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bedrijfskapitaal wegens niet-levensvatbaar bedrijf volgens Bbz 2004
Appellant, die sinds 1998 bijstand ontvangt, startte in 2005 een onderneming in import en export van levensmiddelen en vroeg in 2006 bijstand aan voor bedrijfskapitaal en noodzakelijke kosten volgens het Bbz 2004. Het College wees de aanvraag af op basis van een negatief advies van het IMK, dat het bedrijf niet levensvatbaar achtte vanwege onvoldoende concrete onderbouwing van omzet en afzetmogelijkheden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het bedrijf wel levensvatbaar was en overhandigde facturen en intentieverklaringen van potentiële afnemers. Het IMK handhaafde echter zijn negatieve advies, stellende dat de verklaringen onvoldoende concreet waren en de brutowinstmarge niet onderbouwd. De Raad stelde vast dat het College terecht op het deskundigenadvies mocht vertrouwen en dat eigen verwachtingen van appellant onvoldoende waren.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank, die het bezwaar ongegrond verklaarde, bevestigd moet worden. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De aanvraag van appellant werd dus terecht afgewezen wegens het ontbreken van een levensvatbaar bedrijfsplan.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor bedrijfskapitaal en bijstand is terecht afgewezen wegens het ontbreken van een levensvatbaar bedrijfsplan.