ECLI:NL:CRVB:2010:BK9676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens valsheid in geschrifte en ernstig plichtsverzuim bij politiefunctionaris
Appellant, een inspecteur bij de politie, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Hij had twee sepotformulieren valselijk ingevuld: op het eerste formulier werd ten onrechte een spoedeisende dienstopdracht vermeld, op het tweede formulier werd een collega als overtreder opgevoerd met vervalste handtekening en een valse seponeringsreden, terwijl appellant zelf de snelheidsovertreding had begaan.
Na een huishoudelijk onderzoek en kennisgeving van het voornemen tot ontslag, werd het ontslagbesluit met onmiddellijke ingang opgelegd en na bezwaar gehandhaafd. Appellant voerde onder meer aan dat het ontslag onevenredig was gezien zijn lange dienstverband, leeftijd en functioneren, en dat zijn rechten volgens artikel 6 EVRM Pro waren geschonden omdat hij geen cautie had gekregen bij het eerste verhoor.
De Raad oordeelde dat het plichtsverzuim zeer ernstig was, omdat het om het misdrijf valsheid in geschrifte ging waarvoor appellant een taakstraf had ondergaan. De Raad verwierp het verweer over schending van artikel 6 EVRM Pro en vond het ontslag niet onevenredig, mede gezien de eisen aan betrouwbaarheid en integriteit binnen de politie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens valsheid in geschrifte en ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.