ECLI:NL:CRVB:2010:BL0354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en onduidelijke woonsituatie
Appellante ontving sinds 2000 bijstand als alleenstaande ouder en gaf op met haar twee kinderen te wonen op een adres in Amsterdam waar ook haar zus woonde. De gemeente Amsterdam startte een onderzoek naar de rechtmatigheid van haar bijstandsuitkering, waarbij huisbezoeken en verklaringen van familieleden werden verzameld.
Op basis van het onderzoek trok het College de bijstand per 1 maart 2005 in wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting, omdat appellante niet had gemeld dat zij niet woonde op het opgegeven adres. De rechtbank oordeelde dat appellante een gezamenlijke huishouding voerde met haar ex-partner op een ander adres en daarom geen recht had op bijstand als alleenstaande.
De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat onvoldoende feiten bestaan om te concluderen dat appellante met haar ex-partner een gezamenlijke huishouding voerde op dat adres. Wel is vastgesteld dat appellante en haar familieleden een onduidelijke woonsituatie hadden waarbij twee kleine woningen als één woning werden gebruikt, en dat appellante hierover geen juiste informatie heeft verstrekt.
Hierdoor is de inlichtingenverplichting geschonden en kan het College terecht het recht op bijstand niet vaststellen. De Raad bevestigt daarom de intrekking van de bijstand en handhaaft de rechtsgevolgen van het besluit, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd vanwege schending van de inlichtingenverplichting en een onduidelijke woonsituatie.