ECLI:NL:CRVB:2010:BL0382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens bestaande arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering
Appellant trad op 22 december 2004 in dienst als matroos binnenvaart en viel op 5 januari 2005 uit wegens knieklachten. Het UWV weigerde een WIA-uitkering omdat de klachten al bestonden bij aanvang van de verzekering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat appellant toen al volledig arbeidsongeschikt was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er bij röntgenonderzoek in januari 2005 nauwelijks tekenen van arthrose waren en dat hij jarenlang zonder uitval had gewerkt. De Raad overwoog echter dat de uitslag van het röntgenonderzoek niet doorslaggevend is, omdat arthroscopie een ernstige gonarthrose aantoonde die al bij aanvang van de verzekering aanwezig was.
De Raad bevestigde dat de arbeidsongeschiktheid reeds bij aanvang van de verzekering bestond, dat er geen reden was voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige, en dat geen schending van het recht op een eerlijk proces of equality of arms had plaatsgevonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.