ECLI:NL:CRVB:2010:BL3261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het College vermoedde dat zij samenwoonde met haar echtgenoot, wat tot een onderzoek leidde. Dit onderzoek omvatte dossieronderzoek, observaties, huisbezoeken en verklaringen van beide partijen. Op basis hiervan besloot het College de bijstand over de periode van 4 september 1999 tot en met 28 februari 2005 te herzien en terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellante en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden, zoals vereist volgens vaste rechtspraak, en dat appellante haar meldingsplicht heeft geschonden.
Appellante voerde aan dat zij onder druk haar verklaring had afgelegd en dat er geen sprake was van samenwonen vanwege het ontbreken van persoonlijke eigendommen bij huisbezoek, maar deze grieven werden verworpen. Ook het ontbreken van een echtscheidingsprocedure om religieuze en culturele redenen leidt niet tot duurzaam gescheiden leven.
De Raad concludeert dat het College terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot herziening en terugvordering van de bijstand en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt herzien en teruggevorderd wegens niet duurzaam gescheiden leven.