ECLI:NL:CRVB:2010:BL7208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en oplegging maatregel wegens schending inlichtingenplicht bij werkzaamheden in hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand vanaf 1999 en verrichtte in de periode van 9 september 2002 tot en met 8 mei 2003 werkzaamheden in een hennepkwekerij, hetgeen hij niet heeft gemeld aan het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Na een anonieme melding en onderzoek door de Afdeling Bijzondere Onderzoeken (ABO) is vastgesteld dat appellant betrokken was bij de hennepteelt, wat leidde tot intrekking van zijn bijstand over genoemde periode en terugvordering van de onterecht ontvangen bedragen.
Appellant voerde aan dat zijn verklaringen onder druk waren afgelegd en dat zijn betrokkenheid marginaal was, maar de Raad achtte de verklaringen rechtsgeldig en relevant voor de beoordeling van het recht op bijstand. Ook was het College bevoegd tot intrekking en terugvordering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). De rechtbank had de hoogte van de opgelegde maatregel deels vernietigd, waarna het College een nieuw besluit nam.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de intrekking, terugvordering en maatregel terecht zijn opgelegd, dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden en dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn om af te zien van terugvordering of maatregel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van bijstand, terugvordering en maatregel worden bevestigd.