ECLI:NL:RBGEL:2015:441
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over intrekking bijstand en boete wegens schending inlichtingenverplichting
Eiseres ontving bijstand en werd door verweerder de uitkering ingetrokken en beëindigd over de periode 12 april 2013 tot 5 augustus 2013 wegens het niet melden van een wijziging van haar hoofdverblijf. Verweerder stelde dat eiseres een gezamenlijke huishouding voerde met eiser, wat eiseres betwistte. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende feitelijke grondslag bestond voor het aannemen van een gezamenlijke huishouding, maar dat eiseres wel de inlichtingenverplichting had geschonden door haar vertrek van het opgegeven adres niet te melden.
Verweerder had ten onrechte de wettelijke grondslag van artikel 54, vierde lid, Wwb gebruikt voor intrekking; de juiste grondslag was artikel 54, derde lid. De terugvordering van ten onrechte verstrekte bijstand was gegrond, maar de terugvordering van betalingen op grond van het minimabeleid (declaratiefonds) ontbrak een publiekrechtelijke grondslag en werd vernietigd. De medeterugvordering van bijstand van eiser werd eveneens vernietigd wegens ontbreken van gezamenlijke huishouding.
De opgelegde boete wegens schending van de inlichtingenverplichting werd gematigd tot de helft van het oorspronkelijke bedrag vanwege de psychische gesteldheid van eiseres. Verzoeken tot vergoeding van gederfde wettelijke rente werden afgewezen. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt deels de besluiten, matigt de boete tot €1.218,40 en wijst verzoeken tot rentevergoeding af.