ECLI:NL:CRVB:2010:BL7386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht om toekenning van een Wajong-uitkering, welke door het UWV werd afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard. Appellante stelde dat er nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening van het besluit rechtvaardigden, maar deze werden niet erkend.
De rechtbank Breda oordeelde dat appellante geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank.
De Raad voegde hieraan toe dat de in hoger beroep overgelegde stukken niet konden worden betrokken omdat deze niet bij het UWV bekend waren ten tijde van het bestreden besluit. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek om een Wajong-uitkering wordt bevestigd.