ECLI:NL:CRVB:2010:BL8318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete wegens niet-nakoming inlichtingenplicht bij herziening WW-uitkering
Appellante ontving vanaf juni 2002 een WW-uitkering die werd herzien nadat zij vanaf mei 2004 als zelfstandige cursussen gaf. Het UWV stelde de uitkering bij op basis van de door appellante opgegeven declarabele uren, maar ontdekte via een bestandsvergelijking met de Belastingdienst dat zij zelfstandigenaftrek had genoten, wat wijst op meer gewerkte uren.
Appellante gaf aan alleen directe uren te hebben opgegeven en niet de indirecte uren zoals voorbereiding, administratie en reistijd. Het UWV herzag daarop de uitkering en legde een boete op wegens overtreding van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante geen verwijt kan worden gemaakt omdat zij niet bewust indirecte uren heeft verzwegen en onvoldoende was gewezen op het onderscheid tussen directe en indirecte uren.
De Raad vernietigt daarom het boetebesluit en herroept het boetebesluit van 28 januari 2008, maar bevestigt de herziening en terugvordering van de WW-uitkering. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Boete wegens niet-nakoming inlichtingenplicht wordt vernietigd, herziening en terugvordering WW-uitkering bevestigd.