ECLI:NL:CRVB:2010:BL8954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens weigering gesubsidieerde werkervaringsplaats
Appellant ontvangt sinds 2002 bijstand en is in 2006 aangemeld bij een re-integratiebedrijf. Hij tekende een re-integratieplan voor gesubsidieerd werk en kreeg een werkervaringsplaats als conciërge aangeboden, die hij weigerde. Het College verlaagde daarop zijn bijstand met 20% wegens onvoldoende medewerking aan arbeidsinschakeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad bevestigt dit in hoger beroep. Appellant stelde dat het aanbod een reguliere arbeidsplaats betrof en dat het loon niet conform de CAO was, waardoor weigering gerechtvaardigd zou zijn. De Raad oordeelt echter dat het om gesubsidieerd werk gaat, passend binnen de WWB, en dat het aanbod via een detacheringsconstructie en tegen minimumloon in lijn is met de wetgever.
De Raad vindt geen reden om de verwijtbaarheid van appellant te ontkennen en wijst de stelling van ongelijke behandeling tussen bijstandsgerechtigden en anderen af. Ook een beroep op Europese regels over oneerlijke concurrentie wordt niet gevolgd. De verlaging van 20% is passend volgens de gemeentelijke verordening. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 20% wegens weigering van een gesubsidieerde werkervaringsplaats wordt bevestigd.