ECLI:NL:CRVB:2010:BL8957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering voorschot bijstand zelfstandigen afgewezen na onherroepelijke afwijzing aanvraag
Appellanten hebben op 1 februari 2006 een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz), met het verzoek om een voorschot. Op 27 februari 2006 werd een bedrag van € 1.000,-- als voorschot verstrekt. Dit voorschot werd later bij besluit afgewezen omdat het bedrijf niet levensvatbaar was. Het College vorderde het voorschot terug, wat tot bezwaar en beroep leidde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet-ontvankelijk was omdat zij geen bezwaar had gemaakt tegen het terugvorderingsbesluit. De Raad bevestigde dat het verstrekte bedrag als voorschot op de Bbz-aanvraag moest worden gezien, en dat appellanten geen recht hadden op algemene bijstand op grond van de WWB omdat zij geen aanvraag daarvoor hadden gedaan.
De Raad concludeerde dat het College bevoegd was het voorschot terug te vorderen op grond van artikel 58 van Pro de WWB. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard en de terugvordering van het voorschot wordt bevestigd.