ECLI:NL:CRVB:2010:BL9497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand vanaf 1996 en beschikte vanaf januari 2004 over twee bankrekeningen die niet aan het College waren opgegeven. Ondanks herhaalde verzoeken heeft appellant geen volledige bankafschriften verstrekt, alleen jaaroverzichten en enkele afschriften uit 2006. Het College schortte en beëindigde vervolgens de bijstand en vorderde de kosten van bijstand over de periode 12 januari 2004 tot 31 augustus 2006 terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat de verstrekte jaaroverzichten voldoende waren om het recht op bijstand vast te stellen, en dat terugvordering over de gehele periode niet gerechtvaardigd was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het niet melden van de bankrekeningen een schending van de wettelijke inlichtingenverplichting inhoudt. De door appellant verstrekte gegevens zijn onvoldoende om het recht op bijstand vast te stellen, omdat transacties niet inzichtelijk zijn. Het College was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Er is geen reden om af te wijken van dit beleid. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.