ECLI:NL:CRVB:2010:BM0512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt terugvordering bijstand wegens ontbreken bevoegdheid College
Appellante ontving bijstand vanaf 2003 en in 2004 was zij in loondienst met een te hoge belastinginhouding vanwege onvoldoende rekening houden met heffingskortingen. Het College vorderde kosten van bijstand terug over 2004 omdat appellante ten onrechte een alleenstaande ouderkorting ontving. Tevens weigerde het College bijzondere bijstand voor een belastingvordering.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de besluiten gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het terugvorderingsbesluit in stand. De Centrale Raad van Beroep vernietigt dit en oordeelt dat het College niet bevoegd was de kosten terug te vorderen op grond van artikel 58 lid 1 sub f WWB Pro omdat appellante niet naderhand over middelen kon beschikken.
De Raad bevestigt de weigering bijzondere bijstand omdat appellante voldoende middelen had om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstandskosten wordt vernietigd en de weigering bijzondere bijstand bevestigd.