ECLI:NL:CRVB:2010:BM1130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- K.J. Kraan
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mandaatverlening en dossierverstrekking bij bovenwettelijke werkloosheidsuitkering
Appellant werd ontslagen en ontving een ziekte-uitkering en later een WW-uitkering en bovenwettelijke werkloosheidsuitkering. Het UWV en de minister legden kortingen op vanwege te late aangifte en registratie. Appellant maakte bezwaar tegen besluiten over zijn uitkeringen, maar gebruikte geen rechtsmiddelen tegen eerdere beslissingen.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar liet na te oordelen over het geschilpunt dat appellant geen volledig dossier had ontvangen van het UWV. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat dit een schending van het motiveringsbeginsel is en vernietigt dat deel van het vonnis. De Raad stelt vast dat de gevraagde stukken over de Ziektewet en werkbriefjes geen rol speelden in de besluitvorming en dus niet verstrekt hoefden te worden.
Verder bevestigt de Raad dat mandaatverlening door de minister aan Loyalis, een private uitvoerder, niet in strijd is met de Wet SUWI, ook al ontbreekt een gezagsverhouding en instructies in het mandaatbesluit. De Raad verbetert de partijstelling en veroordeelt het UWV in proceskosten. De overige onderdelen van het vonnis worden bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt deels gegrond verklaard door vernietiging van het vonnis voor het niet behandelen van dossierverstrekking; het overige wordt bevestigd en het UWV wordt veroordeeld in proceskosten.