ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.N.A. Bootsma
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Herziening na-wettelijke werkloosheidsuitkering en terugvordering wegens onverschuldigde betaling
Appellant was werkzaam als juridisch medewerker en kreeg wegens opheffing van zijn functie eervol ontslag met een garantie op een inkomensniveau bestaande uit een WW-uitkering en aanvullende na-wettelijke uitkeringen. Na ziekmelding ontving appellant een Ziektewet-uitkering (ZW) naast de na-wettelijke werkloosheidsuitkering. Loyalis, handelend namens het college, herzag de na-wettelijke uitkering en vorderde het te veel betaalde bedrag terug omdat appellant niet had gemeld dat hij een ZW-uitkering ontving.
De rechtbank vernietigde het besluit deels, maar handhaafde de terugvordering van het bedrag van €5.184,96 over de periode 20 juli 2010 tot en met 30 september 2010. Appellant stelde in hoger beroep dat Loyalis niet bevoegd was besluiten te nemen namens het college en betwistte de terugvordering.
De Raad oordeelde dat Loyalis op grond van mandaat bevoegd was en dat het college terecht het te veel betaalde bedrag terugvorderde binnen de wettelijke kaders. Appellant had zijn meldingsplicht niet nageleefd, waardoor het college geen rekening kon houden met de ZW-uitkering. De Raad vernietigde het deel van de uitspraak over de kosten in bezwaar en bepaalde dat het college deze kosten moet vergoeden. Het hoger beroep werd voor het overige afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €5.184,96 wegens onverschuldigde na-wettelijke werkloosheidsuitkering en veroordeelt het college in de kosten van appellant.