ECLI:NL:CRVB:2010:BM2404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, werkzaam als pompbediende, viel in 2001 uit wegens spier- en gewrichtsklachten en ontving vanaf 2002 een WAO-uitkering. Het UWV herzag in 2008 de uitkering op basis van nieuwe medische en arbeidskundige rapportages, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld tussen 35 en 45 procent.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de belastbaarheid binnen de geduide functies niet werd overschreden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij opnieuw op de oude regelgeving beoordeeld had moeten worden, dat zijn klachten onvoldoende waren meegewogen en dat een werksimulatoronderzoek moest plaatsvinden.
De Raad overwoog dat de medische grondslag juist was en dat er geen aanleiding was voor een aanvullende urenbeperking of nader onderzoek met een werksimulator. De Raad vond de arbeidskundige onderbouwing voldoende en zag geen reden om het bestreden besluit te vernietigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.